Uitgebreid antwoord
Bij een thuisbatterij zijn dit de twee belangrijkste specificaties. Vergelijk het met een waterreservoir: kWh is de inhoud van het reservoir, kW is de dikte van de kraan.
kWh (kilowattuur) is de opslagcapaciteit. Een 5 kWh batterij kan dus 5 kilowattuur aan energie bewaren — genoeg voor circa een avond standaard verbruik (TV, verlichting, koelkast, koken).
kW (kilowatt) is het maximale vermogen waarmee de batterij kan laden of ontladen op één moment. Een batterij met 2,5 kW ontlaadvermogen kan dus 2,5 kilowatt continu leveren. Zet je een 3,5 kW inductiekookplaat plus een wasmachine aan, dan haalt de batterij dat niet alleen — het tekort komt uit het net.
Waarom dit ertoe doet: een grote batterij (bijv. 10 kWh) met laag vermogen (1,5 kW) is geweldig om je avondverbruik te dekken, maar nutteloos als je piekvermogen wil opvangen. Voor combinatie met dynamische contracten en arbitrage (laden op goedkope uren, ontladen op dure) wil je juist vermogen om snel te kunnen schakelen.
Gemiddelde keuzes in 2026: een gezin met 3.500 kWh verbruik kiest typisch 5–10 kWh capaciteit en 2,5–5 kW vermogen. Met een EV of warmtepomp loopt dat richting 10–15 kWh en 5–7 kW.